Wat doet een coach?

Een rol als coach wordt soms ingevuld door een trainer en soms door een ander, bijvoorbeeld een van de ouders van het team. Als coach ben je aanwezig bij de wedstrijden. Je geeft je spelers aanwijzingen. Immers een wedstrijd spelen kan heel spannend zijn. Winnen, verliezen, voor of juist achter staan, omgaan met kwaliteiten van jezelf en je teamgenoten. Als coach probeer je het allemaal in goede banen te leiden. Het is ook de coach die bepaalt wie er gewisseld moet worden en de coach is het aanspreekpunt rondom wedstrijden.
Wat betekent dat in de praktijk:
– Zorg dat je op de hoogte bent van de spelregels. Bij de F heb je geen vaste tegenstander. Jongens en meisjes zijn gelijk, mogen elkaar dus ook verdedigen. Verdedigen is meer proberen om het zo moeilijk mogelijk te maken om te scoren, verdedigd bestaat namelijk niet bij de F. Als je met 3 doelpunten verschil achter staat, mag je een 5e speler in het veld brengen. Dan speel je dus 4 tegen 5. Op het moment dat het verschil weer minder is dan 3 doelpunten, moet de speler het veld weer uit. Deze speler moet een hesje dragen. Daarom is het handig om in je spelersmap een hesje te doen, dat je dus altijd bij je hebt.
– TIP: Geef de kinderen wel een vaste tegenstander, zodat ze wel iemand hebben om achteraan te lopen.
– Het wedstrijdformulier moet worden ingevuld. Bij de F-jeugd kun je gewoon alle namen invullen bovenin het schema. Je hoeft niet alle wissels bij te houden. Na de wedstrijd zorg je dat de scheidsrechter alles netjes invult en dan lever je het formulier in. In de zaal leg je het op de wedstrijdtafel. Op het veld mag het in de zwarte brievenbus.
– Bij een uitwedstrijd staat de vertrektijd in het krantje. Zorg dat je er 5 minuten eerder bent. Check of alle kinderen er zijn. Als iedereen er is, kun je vertrekken. Ouders worden aangeschreven in het krantje om te rijden, onderling moeten ze ruilen als ze een keer niet kunnen rijden.
– Er zit een ledenlijst in je wedstrijdmap, als er kinderen te laat zijn kun je daar de nummers in opzoeken. Ook staan de routes van alle sporthallen in je map, zorg dat je het adres weet. De meeste ouders hebben wel navigatie in hun auto.
– Zorg voor een opstelling. Er beginnen maar 4 kinderen in het veld, zorg dat ze dat van tevoren weten.
– TIP: Als je de F coachend, probeer dan te eindigen met de sterkste opstelling. De meeste kinderen zijn de laatste 10 minuten erg moe dus ook de tegenpartij. Het komt erg vaak voor dat er in de laatste 10 minuten veel gescoord wordt. Als je dan met je sterkste opstelling staat, heb je kans om de wedstrijd nog te winnen.
– TIP: Als je 5 kinderen in je team hebt, wijs dan een aanvoerder aan. De aanvoerder speelt de hele wedstrijd, de rest van de kindjes wisselen om de 10 min. Bij de F speel je 10 minuten, dan is er 1 minuut rust, vervolgens speel je weer 10 min. (Perfect om dan even te wisselen). Dan is er rust en de tweede helft verloopt weer hetzelfde. Na de wedstrijd worden er nog strafworpen genomen. 12 in totaal.

– Blijf als coach altijd positief. Benadruk altijd wat er goed gaat. Als een kind de bal 4x niet vangt maar één keer wel, kun je beter die ene keer een compliment geven, dat hij/zij goed heeft gevangen, dan vier keer roepen dat hij/zij had moeten vangen. Dingen die minder gaan, onthoud je voor de training van de week erop.
– TIP: Vraag één van de kinderen om een mascotte. Hang deze in de paal waarin ze moeten scoren. Dat is voor de kinderen duidelijk.
– Het is leuk als je een stukje schrijft over de wedstrijd. De ouders die niet zijn mee geweest kunnen dan lezen hoe de wedstrijd is verlopen. En de kinderen zelf vinden het natuurlijk altijd leuk als ze genoemd worden in het krantje! Je kunt dit mailen naar kiosweekbericht@gmail.com voor zondagavond 18.00 uur.
– Probeer op zaterdagmiddag / zondagochtend de wedstrijd nog even terug te halen en de punten die niet goed gingen op te schrijven. Hier kun je dan op terugvallen als je een training gaat maken. Voor de punten die niet goed gingen kun je een leuke oefening verzinnen en die tijdens de training terug laten komen.